Het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam viert een mijlpaal: 25 jaar als architectonisch icoon. Ondanks de imposante hoogbouw die inmiddels het gebied rond de Kop van Zuid domineert, blijft het vuurrode gebouw een blikvanger. Volgens gebouwenkenner Martjan Kuit getuigde de keuze van Rotterdam destijds van durf: “Dit hadden weinig Nederlandse steden gedurfd. Het past bij het avant-gardistische karakter van Rotterdam.”
Het theater opende in 2001 als culturele aanvulling op het historische Luxor aan de Kruiskade, dat zich sindsdien op kleinschaliger voorstellingen richt. Met 1500 zitplaatsen biedt het Nieuwe Luxor ruimte aan grootschalige producties zoals opera’s en musicals – van klassiekers tot moderne spektakels. Het exterieur is een visueel feest: een robijnrode gevelcombineert met blokvormige en ovale structuren, speelse diagonale steunpilaren en een monumentale lichtzuil die refereert aan de neoncultuur van New York. Architect Peter Wilson ontwierp speciaal voor dit project een art deco-geïnspireerd lettertype, wat de identiteit versterkt.
Het interieur imponeert met een kolossale entreehal, marmeren vloeren en theatrale doorkijkjes. Toch lag de innovatie vooral in de stedenbouwkundige visie. Wilson omschrijft het theater als een “culturele magneet” tussen wolkenkrabbers, ontworpen om verschillende stadsdelen visueel te verbinden. Destijds veroorzaakte zijn “red blob”-ontwerp (door Nederlanders spottend “de Bloop” genoemd) discussie, maar juist het contrast met omringende gebouwen versterkte zijn impact.
Technisch gezien vormde de bouw een uitdaging: op een beperkt oppervlak moesten niet alleen bezoekersfaciliteiten, maar ook logistieke routes voor podiumonderdelen worden geïntegreerd. De oplossing kwam in de vorm van een slim ontworpen oprit vanaf de Rijnhaven, waardoor vrachtwagens tot naast het podium kunnen rijden. Na een grondige renovatie in 2014 is het gebouw klaar voor de toekomst.
Hoewel omringende torens zoals De Rotterdam het theater verkleinden, blijft het volgens Kuit een oriëntatiepunt: “Als je over de Erasmusbrug rijdt, trekt die rode doos nog steeds alle aandacht. Dat lukt weinig gebouwen van deze omvang.” Wilson beaamt dit: “Het blijft een statement voor menselijke schaal tussen megalomane hoogbouw.” Kuit hoopt op een monumentenstatus: “Dit typisch Rotterdamse icoon verdient een eeuwigheidswaarde.”
