Feyenoord heeft afgelopen seizoen een indrukwekkend bedrag van 15 miljoen euro verdiend dankzij hun deelname aan de groepsfase van de Europa League. Deze inkomsten komen voort uit startgelden, prestatiegelden voor overwinningen en gelijkspelen, evenens televisie- en sponsorinkomsten die aan het toernooi verbonden zijn. De Rotterdamse club profiteerde bovendien van thuiswedstrijden in een vol De Kuip, wat extra inkomsten uit kaartverkoop en hospitality genereerde.
In tegenstelling tot Feyenoord wisten andere Nederlandse clubs minder opbrengsten uit Europa te halen. Go Ahead Eagles, dat deelnam aan de voorrondes van de Conference League, verdiende aanzienlijk minder: geschat wordt dat dit circa 1,5 miljoen euro bedroeg. FC Utrecht, dat eveneens in de Conference League-kwalificatiefase speelde, boekte vergelijkbare inkomsten. Door het ontbreken van groepsfase-deelname liepen beide clubs potentiële miljoenensubsidies mis die cruciaal kunnen zijn voor versterking van de selectie of infrastructuur.
De grote financiële kloof onderstreept het belang van doordringen tot de hoofdtoernooien van Europese competities. Clubs krijgen niet alleen directe inkomsten, maar vergroten ook hun internationale uitstraling, wat weer kan leiden tot nieuwe sponsorpartnerships. Voor Feyenoord betekent dit een stevige impuls om sportief verder te groeien, terwijl Eagles en Utrecht hun focus moeten leggen op structurele ontwikkeling om toekomstig Europees voetbal mogelijk te maken en zo hun financiële basis te verbreden.
